Wat zijn Doopsgezinden?

Menno Simons Doopsgezinden vormen een christelijk kerkgenootschap en bestaan al meer dan 450 jaar.
In de tijd van de reformatie hebben dopersen, ook wel mennisten of mennonieten geheten, geprobeerd aan een radicale verandering in de kerk gestalte te geven.
De organisator van de doperse beweging in ons land was Menno Simons (1496-1561), gewezen pastoor van Witmarsum (Frl.)

Wat onderscheidt Doopsgezinden van andere Christenen?
De lijfspreuk van de Doopsgezinden is:

Dopen wat (wie) mondig is
Spreken dat bondig is
Vrij in het christelijk geloven
Daden gaan woorden te boven

Dopen wat (wie) mondig is
De Doopsgezinden kennen geen kinderdoop. Pas op volwassen leeftijd wordt er gedoopt, als de gelovige zelf het besluit heeft genomen om gedoopt te willen worden. Kinderen horen wel volwaardig bij de gemeente, ook zonder doop.

Spreken dat bondig is.
Voor Doopsgezinden geldt: mijn ja is ja en mijn nee is nee. Doopsgezinden zweren daarom geen eed, maar leggen indien noodzakelijk een belofte af. Vroeger was dat alleen voorbehouden aan de Doopsgezinden, maar tegenwoordig mag een ieder in voorkomende gevallen kiezen voor de eed of voor de belofte.

Vrij in het christelijk geloven.
Er wordt niet 'van boven af' bepaald wat de waarheid is en waar je je als doopsgezinde aan te houden hebt. De doopsgezinden zijn zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten en kunnen zich niet beroepen op regels van hogere organisaties. In de gemeente is grote ruimte voor verschillende geloofsopvattingen.

Daden gaan woorden te boven.
Veel praten over je geloof en er niet naar handelen is uit den boze. Uit wat je doet moet je geloof blijken. Mensen die weinig zeggen, maar liefdevol veel doen, zijn drijvende krachten van de gemeenten.

Doopsgezinden vormen van oudsher een vredesgemeente. Niet de overheid of militair gezag mocht bepalen wat je doen moest. Gezag kwam alleen van God.
De opdracht van Christus was geen wapens op te heffen tegen elkaar. Dienstweigering is nu niet meer aan de orde, omdat de dienstplicht is afgeschaft. Wel is er een initiatief genomen om het mogelijk te maken je te laten registreren als weigeraar voor oorlogsdiensten.

Doopsgezinden timmeren niet aan de weg. Niet figuurlijk, maar ook niet letterlijk. Tot ongeveer 1580 vormden de Doopsgezinden een ondergrondse beweging, maar ze genoten de bescherming van Willem van Oranje. Toen ze hun eigen 'huizen' mochten hebben, zeer sobere gebouwen, mochten die alleen 'inpandig', tussen en achter andere huizen gebouwd worden en niet te zien zijn vanaf de openbare weg.
Vanwege het laatste deel van de prediking waarin steeds herinnerd werd aan de geboden van de Heer, werd de gang naar het predikhuis vergeleken met een gang naar de 'vermaning'. Deze naam ging zo langzamerhand over op de Doopsgezinde kerkgebouwen.
(Voor deze tekst is dankbaar gebruik gemaakt van de site van de doopsgezinde gemeente Texel)


Algemene informatie:
Algemene Doopsgezinde Societeit
Doopsgezinden Pagina