Geboortedankzeggingsdienst 2010
Op 18 april 2010 was er een kerkdienst rond de kinderen die de afgelopen tijd geboren zijn in de gemeente: Diedeke Sijperda en Maartje Roetman.
In deze dienst brachten we tot uitdrukking dat we dankbaar zijn voor het nieuwe leven, voor twee nieuwe namen die ingeschreven worden in het boek van de gemeente.
Op de tafel stond een stoeltje, met daarop een grote foto van Jéssica Proenca Mulke, een meisje uit Brazilië die ook bij ons is gaan horen, omdat ze geadopteerd is door de zondagsschool.
De kinderen werden aan de gemeente voorgesteld en er was ook gelegenheid voor de grootouders om met een gedicht aan de dienst bij te dragen.
Tijdens de preek gingen de andere kinderen naar hun eigen ruimtes om slingers voor Diedeke, Maartje en Jéssica te maken. Ook de afstand van Zwolle tot Brazilië werd zichtbaar gemaakt.
De preek zelf is weergegeven verderop deze pagina.
Na de preek werden de slingers enthousiast getoond. In het blaadje met de liturgie zaten ook drie kleine visjes waarop we allemaal een wens voor de meisjes konden schrijven. Die visjes werden later aan de slingers bevestigd.
Na een plechtig moment, waarin om Gods bescherming werd gebeden, zongen we als slotlied:
Ga dan op weg en laat hoop en verwachting je leiden.
De foto's hieronder (met dank aan Sander en Elske Visser) geven een impressie van de dienst.
 
preek 18 april 2010
Zusters en broeders,
Wat zijn er tegenwoordig gezellige bijbels te koop, en voor alle leeftijden. Met één kinderbijbel ben je er niet meer. De bijbel lijkt wel op een paar sokken, je moet iedere keer een grotere maat kopen. Sommigen van u zullen net als ik, nog herinneringen hebben aan de kinderbijbel van vroeger thuis. Dat was er één, de kinderbijbel. En dan lekker dicht bij mama of bij oma als ze voorlazen. Nu gaat het anders. Papa's en opa's lezen ook voor, en de kinderbijbel is er in soorten en maten. Je zou er een hele schatkist mee kunnen vullen. In november kregen de toen aanwezige kinderen elk een eigen bijbel, uit de schatkist die hier voor in d e kerk stond. De foto's hiervan zijn op de website van de gemeente te zien.
Dat er zoveel verschillende kinderbijbels zijn heeft misschien te maken met het verloren gaan van het doorvertellen. De Bijbelverhalen zijn eeuwenlang vertelde verhalen geweest, tot ze op schrift werden gesteld. Zo zijn ze doorgegeven. Ik denk dat het goed is, die veelkleurigheid aan kinderbijbels. Ik denk dat het goed is om onze verlegenheid opzij te zetten en ook al bij heel jonge kinderen van de bijbelse verhalen en namen te vertellen. De Benjaminbijbel begint elke keer met dit is: …..Dit is Noach, dit is Jozef, dit is Jezus. Het gaat om even kennismaken met ..… Nu kan ik me wel heel goed voorstellen, dat je niet gauw de bijbel als gezellig prentenboek gaat voorlezen. Er zijn immers zóveel mooie boeken! Het mooiste visje van de zee, Grote beer en kleine beer, Kikker en zijn vriendjes. En in al die mooie prentenboeken hebben hun eigen waarde. Vaak zit daar een verhaal in met een gedachte van goedheid, van vriendschap, van vrolijkheid na verdriet, van samen zijn en samen feesten. Samenzijn is belangrijk. Dat komt in vele voorleesboeken wel naar voren, en dat zit in de herinnering van ouders die er voor kiezen om met hun kind ook naar de kerk te gaan.
Samenzijn, samen beleven, samen ergens mee bezig zijn, een groep mensen om je heen waar je iets mee deelt, waar je kunt groeien en waar je jezelf kunt zijn. Zo is samenzijn ook een samen zijn, ieder zichzelf zijn in het samen zijn. Dat een gemeente zo'n plaats kan zijn, dat mogen wij samen wensen en daar mogen wij ons ook samen verantwoordelijk voor weten. Wat zou het mooi zijn een gemeente, als een plaats voor alle leeftijden, ouderen en kinderen en alles er tussen in. Wat een gebouw vol beroering, stel je voor: Do Re Vocaal staat er te zingen, de kinderen knutselend aan de tafel in het hoekje, de kleintjes spelend bij de kussens, een jeugdgroep boven op de zolder, de zusterkring in de kerkenraadskamer, een Bijbelstudiegroep aan de achterste tafel. Misschien ook nog iets voor jongeren? Nou ja, er is nog een kant op zolder, daar zitten er een paar om het nieuwste nummer van het landelijk blad, doopgezind.nl te bespreken, een echte jongerenspecial. Het is wat zo'n kerk vol beweging. Het is er niet, niet alle leeftijden zijn er. En natuurlijk is het er niet allemaal tegelijk.
Wat we hebben is ons samenzijn, in verschillende groepen, op verschillende momenten. Soms kom je elkaar tegen, vaak niet. Dat Doopsgezind Nl spreekt u deze keer misschien niet zo aan. Dan vraag ik u nu, leg hem niet bij het oud papier maar breng hem hier en we zoeken er een jongere bij. Wie weet komt dat bespreken dan ook nog. Wie weet volgt er nog een gesprek tussen generaties uit. Er kan van alles. Zeker als je erin gelooft.
Als je gelooft is alles mogelijk. Is het dan ook mogelijk om van vijf broden vijfduizend mannen te voeden, als je erin gelooft? Vijf broden en twee vissen en nog blijft er over. Misschien heeft u de tekst van het Johannesevangelie ook al gelezen vanmorgen en heeft u zich verwonderd. Voor velen is het een bekend verhaal. Alle evangeliën vertellen van Jezus die een grote menigte voedt met vijf broden en twee vissen. Alleen in het Johannesevangelie komt ook de jongen erbij. In kinderbijbels wordt dit een jongetje met de verse broodjes van zijn moeder in een mandje aan de arm. Een soort Roodkapje maar dan anders. Johannes heeft hem zo niet beschreven. Er is een jongen met gerstebroden, geen pitabroodjes maar grof brood. Gewoon dagelijks voedsel. En jongen? Het zou ook een slaaf kunnen zijn, iemand die geen recht van spreken heeft, geen stemrecht heeft en niet vrij is om over eigen bestemming te gaan. De jongen, of het nu een gewoon jongetje is of slaaf, een nietvrij mens, het is iemand die tot de onaanzienlijken behoort. En vandaar komt het begin van het voedsel voor allen, uit een onverwachte hoek.
Ook hier is de ontmoeting van Jezus met de minsten, de kleinen, degenen die niet meetellen. Te midden van velen vind deze ontmoeting plaats. Jezus wordt gevolgd door een menigte omdat zij willen zien wat hij doet. Dan ziet Jezus naar de menigte. Het voedsel kun je symbolisch opvatten. De menigte hongert naar zijn woorden, maar meer nog naar zijn daden. Eeuwenlang al hebben mensen zich het hoofd gebroken over wat er gebeurd kan zijn. Laat het maar gebeuren zoals het geschreven is. Daar bedoelt Johannes wat mee. Jezus ziet de hongerigen en laat ze gaan zitten. De jongen geeft wat hij heeft. Dan kan het delen beginnen. Dat zitten is daarbij van groot belang. Door het zitten is er een ordening. Door het zitten wordt er een chaos vermeden. Hier dringt niemand om brood. Hier kun je iets aannemen wat je geschonken wordt. Hier wordt gedeeld, rondgedeeld, uitgedeeld. Zitten brengt zelfs een menigte tot samenzijn. Delen kun je nooit genoeg, er valt altijd wel weer te breken en te delen, tot hele kleine stukjes toe en dan nog verder. Straks doen we dat in praktijk bij de koffie. Er is koek, gebakken door de zondagsschool leiding, koek om van te delen.
Met de zondagsschool begint er vandaag iets nieuws. We gaan delen met Jéssica, een kind aan de andere kant van de wereld, een kind dat in heel andere omstandigheden leeft. Voor haar gaat de zondagsschool geld in zamelen. En ze komen ook wel bij u! Dit wordt samen delen van de vreugde en samen delen van de lasten. Sparen doen de kinderen zelf, maar ze zullen af en toe een bijdrage vragen. En om dat delen daarbij van belang is, gaat het niet om grote bedragen. Voor Jéssica wordt in 20cent muntjes gespaard. Die mag ieder bijdragen, samen vele kleine beetjes wordt ook een heleboel. Het gewone dagelijks brood kunnen we niet delen met Jéssica. Wel dat wat een belegde boterham zo'n beetje kost. Misschien wordt onze inzet voor een moeder die geen toekomst ziet voor haar kind, wel een wonderteken. In het boekje: "Gaven delen wereldwijd" van de doopsgezinde wereldconferentie, wordt benadrukt dat het niet gaat om geld geven, maar om kansen geven. Elk mens wordt geboren met de eigen gaven en mogelijkheden. Hoe die zich kunnen ontwikkelen is afhankelijk van de situatie.
Vandaag wensen wij deze drie kinderen: Jéssica, Diedeke en Maartje alle goeds op hun levensweg. Persoonlijk heeft u de gelegenheid dat te doen door iets op het visje te schrijven, een wens, bemoediging, een groet, een zegen. Vandaar die drie visjes, en geen twee! Het delen van Jezus gaat verder wanneer wij zelf van onze handen gevende handen maken. Vijf en twee maakt zeven, getal van de volheid. Tot het zover is, zijn er die vijf en twee, vijf vingers aan een hand en twee handen heb je. Met die vijf en twee delen wij mee, vanuit het verleden, in het heden, op weg naar de toekomst. Zo zijn wij zelf deel van het eeuwenoud verhaal. Laten we blijven door vertellen, aan onze kinderen en kleinkinderen
Amen.
Coot Winkler Prins